Waarde Reinier

 

 Waarde Renier,

Tijdens mijn laatste reis , ik bedoel die van mijn buste, in 1974, van Paramaribo naar Amsterdam, vond ik het zonde om alle tijd aan boord te verspillen met onbenullige kletspraatjes. In plaats daarvan wilde ik mij ongestoord bezinnen op mijn toekomstige rehabilitatie in Gouda. Na een eeuwenlange zwerftocht over de wereld verlangde ik  terug naar mijn bakermat. Ik dacht de laatste tijd veel aan u, Renier, als een van mijn dierbaarste vrienden die ik hier had achtergelaten. Ik mag gestorven zijn, als ik onwaarheid spreek.  Maar ik voel me juist herboren, als het ware uit het ei gekropen sinds EGG, het “Erasmus Genootschap Gouda” me weer tot leven heeft gewekt.

Want om eerlijk te zijn, bij de Agnietenkapel achter een bushalte, werd me jaren lang de lust ontnomen om enig, laat staan wetenschappelijk werk te scheppen. Ik neem nu echter verlof om me te amuseren met een Lof op mijn Lof der Zotheid. Welke nar heeft u dat in gefluisterd ? zult ge denken. Ik laat een oordeel over mijzelf graag aan anderen over, maar als mijn eigenliefde me niet bedriegt, heb ik de dwaasheid geprezen op een manier die zo dwaas nog niet is. Zou het idee, om de “Dwaasheid Gekroond'' te kronen, de zotheid ten top zijn ?

Er zijn wel enige redenen... Lees meer...

Er zijn wel enige redenen aan te voeren. In de eerste plaats is het nu zo'n 500 jaar geleden, dat mijn boekje ''de Lof der Zotheid” de wereld op z'n kop zette. Dat ik het ei heb mogen leggen voor de hervorming is buiten kijf, al heb ik nooit voorzien dat er zulke vreselijke godsdienstoorlogen uit zouden voortkomen. Ach, de tragiek van mijn leven! Maar kom, laten we ons nu niet in een filosofisch of theologisch gepeins onderdompelen, maar feestvieren ! Weet ge dat mijn pronkrede ook in het Arabisch is uitgekomen ? Zal mijn vredelievende droom die ik ook had voor de Turken, toch nog uitkomen in Europa ? Ik wil graag nu als dank iets schrijven over mijn repatriëring naar Gouda en gij, o bekende historicus Reinier Snoy, bracht me op dit idee, omdat uw naam lijkt op Reynaerde, die Snode Vos. Niet dat gij sluw of achterbaks zijt. Een groter verschil tussen u en een snoodaard is zelfs onmogelijk. Daar is een ieder het over eens. Want gij, mijn Goudse leeftijdgenoot, hebt ook kans gezien om door te breken tot de Europese top der wetenschappers. Ik schrijf bewust geen humanisten, want tegenwoordig noemt iedereen zich humanist, maar is daarmee nog geen vooruitstrevend wetenschapper. Gij studeerde immers medicijnen in Leuven, kreeg uw bul in Bologna, was naast arts ook diplomaat, historicus, dichter, theoloog en tenslotte vier maal burgemeester of aktief in de magistratuur te Gouda, nietwaar? En heb ik u niet aanbevolen als arts bij de markies van Veere of hebt gij hem gevraagd als mecenas voor mij ? Hoe is het toch mogelijk dat de meeste van uw historieboeken zijn zoek geraakt ? Gij behoorde tot de primes inter pares bij de Goudse humanisten kring. Leerden we elkaar niet kennen in het klooster Emmaus bij Stein, waar ge als dienstdoend geneesheer de aderlatingen verrichtte bij ons, de Augustijner kloosterlingen? De meeste monniken aldaar kenden wel mijn ‘geboorte defect’, maar ze bewaarden toch braaf het geheim van mijn status 'defectus natalis'. Ik hoorde echter in Bazel dat gij bleef navorsen en er alle geld voor over had, ja, dat ik bekend zou maken dat ik een Goudse conceptie was. Beter gezegd, conceptus atque natus Goudae, niet alleen verwekt, maar ook geboren in Gouda. Zijt gij het soms, mijn snode Reinier, die het medaillon hebt laten maken ? Zo werd immers het tipje van de sluier eeuwig ‘op-gelicht’, opdat openbaar zou worden... Enfin, ik heb er inmiddels meer dan 500 jaar over kunnen peinzen en eerlijk gezegd, maakt het me niet meer uit of mijn geheim wereldkundig gemaakt wordt, al zal ik dat nog niet helemaal prijsgeven. De tijdsgeest is nu van dien aard, dat men tegenwoordig nog meer gewaardeerd wordt als men van een laag allooi omhoog valt. Dat noemen ze de Amerikaanse droom, daar in het werelddeel, dat Columbus ontdekte in het jaar dat ik mijn priestergelofte aflegde, zoals ge weet. Ik schrijf vandaag ook in het Engels in plaats van Latijn en via een e-reader of e-book, maar voor deze speciale gelegenheid, doe ik het ook in mijn moedertaal en zullen de vertalingen vanzelf wel spoedig van de persen rollen. Mijn ganzenveer heb ik omgeruild voor een schrijftablet op schoot en de tekst die ge leest is met een speciale soort duif door de lucht gezonden, vraag me niet hoe ! Dit vosje, met zijn spitse neus, heeft het zodoende maar zelf uitgegeven, want ik ontbeer snel werkende vaklui als Geraert Leeu en Froben.

 

Beste Renier, ik vermoed dat een historieschrijver als gij, dit speelse geesteskind van mij zult waarderen omdat ge nu eenmaal dol zijt op zulk soort humor. Daarom zult ge dit pronkredevoerinkje als een aandenken van uw makker waarderen. Er zullen critici met modder gaan gooien en beweren dat dit niemendalletje te lichtzinnig is en ongepast voor een theoloog. Terecht. Anderen zullen zeggen dat het te grof is en strijdig met de ingetogenheid van een christen. Geef ze geen ongelijk. Maar als mensen echt bezwaar hebben tegen dit luchtige onderwerp en speelse karakter, herinner hen eraan, dat ik hier niet origineel in ben. In het verleden hebben grote schrijvers vaak zoiets gedaan. Eeuwen geleden heeft Willem toch met zijn ‘Van Den Vos Reynaerde’ dit spelletje al gespeeld ? Zo ook heeft Homerus toch bij wijze van grapje de “Muizenkikkerstrijd” geschreven. Vergilius schiep “de Mug” en “de Stamppot” en Ovidius “de Notenboom”. 

Ik hoef u niet te herinneren aan Polycrates, Isocrates, Glauco, Favorinus, Synesius, Lucianus, Seneca, Plutarchus, Lucianus en Apuleius en zelfs Hieronymus ? Zodoende verzoek ik mijn criticasters om het maar op te vatten alsof ik hiermee een spelletje schaak ter ontspanning heb gespeeld of desnoods aan het hoepelen ben geweest. Is het niet erg onrechtvaardig om elke beroepsgroep zijn eigen amusement te gunnen, maar schrijvers elke vorm van vermaak te verbieden ? En vooral als de grapjes ‘serieuze consequenties’ hebben. Niets is namelijk zo onzinnig als serieuze dingen behandelen alsof het onzin is en niets is daarentegen zo aardig als onzin zo te behandelen dat jezelf het tegendeel van onzinnig blijkt te zijn...

Ach, waartoe nog langer uitgeweid tegen een zo voortreffelijk historicus als gij ? Aan u dus, Reinier, om mijn Ezelstocht door Tergouw met uw eigen welsprekendheid aan te vullen of te corrigeren als de geschiedenis niet strookt met de waarheid. Want ik citeer de Lof der Zotheid : het is erg om bedrogen te worden, maar nog erger om niet bedrogen te worden...(-:

Volgende pagina >