Vriend Herman Lethmaet

In het cartouche onder in glas 11 kan men lezen dat mijn jonge vriend Herman Lethmaet naast Gouwenaar ook een gelauwerde professor aan de Sorbonne te Parijs was.

Herman schreef zelf maar liefst 37 boeken over kerkhervorming en kende mijn oeuvre ook vrij goed. Ik heb in mijn eerste testament geschreven dat hij van al mijn gedrukte boeken, ik schat zo’n honderd stuks, een exemplaar zou ontvangen. Herman was 55 jaar tijdens de laatste brand van de kerk in 1552 en als vicaris generaal van het bisdom Utrecht en deken van de Sint Marie belast met de herbouw van de Sint Janskerk. Als eerste schonk deze Goudse Humanist zelf een glas aan de Sint Jan en gaf daarmee het voorbeeld aan andere potentiele sponsors om een nieuw en revolutionair beeldprogramma te introduceren. Die iconografie is overigens rechtstreeks afkomstig uit Convivium Religiosum. In mijn boekje toon ik, alias Eusebius, aan mijn disgenoten de wandschilderingen van mijn ‘virtuele’ huis. Dat verhaal behelst het leven van Christus met voorafschaduwingen uit het Oude Testament tot en met de Apocalyps. In de Sint-Janskerk wordt door het leven van Jezus Christus ook het leven van Jezus' heraut en beschermheilige van Gouda, Johannes de Doper, verweven, dus ideaal !


cover_voorkant_a%20kleinerWij theologen waren het al jaren roerend met elkaar eens dat het beeldprogramma der Goudse Glazen moest worden veranderd. De vorige afbeeldingen van de heiligen levens en sacramenten waren in mijn ogen“barbaars”. Tijdens de renaissance gold voor ons humanisten : ad fontes, terug naar de bronnen, dus een terugkeer naar de bijbel. Het huidige humanisme is mij totaal vreemd, Reinier. Ooit geweten dat de Goudse kerkmeesters de veelbelovende student Herman Lethmaet een studiebeurs geschonken hebben om zijn doctorsbul aan de Sorbonne te kunnen halen, in ruil voor gratis predikatiën in deze kerk ? Herman bleef echter niet binnen de Goudse stadsmuren, omdat in 1522 mijn collega, de Utrechtenaar Adriaan Boeyens tot paus gekozen werd. De jonge Lethmaet kwam naar mij in Anderlecht en vroeg mij een aanbevelingsbrief te sturen aan Boeijens, ooit zelf professor in Leuven. Herman hoopte zo een snelle en mooie positie in Rome te bemachtigen. Jammer, dat de beste Adriaan na 9 maanden al stierf. Herman werd later dankzij een volgende aanbevelingsbrief van mij aan het Hof te Brussel, ook' kerkelijk onderzoeker 'in de Noordelijke provincies. In zijn functie van vicaris generaal en beheerder van het kerkelijk depot van het bisdom Utrecht, had hij een groot netwerk van latere potentiële schenkers voor de Goudse kerk. Maar ook in Brussel, getuige de schenking van glas 23 door Margaretha van Parma en glas 7 door broer Filips II, toenmaals  getrouwd met Mary Tudor.