De Kapel

Kom, laten we nu nog even de kapel onder glas 14 bezoeken. Daar bevinden zich nu de zeven passie glazen uit het klooster van de Regulieren van Stein, waar ik tot priester ben gewijd in 1492. De kloosterlingen verhuisden, na de brand van 1549, naar de Raam om veilig binnen de stadspoorten van Gouda te wonen. De Hoeken en Kabeljouwen waren geen lieverdjes. Lethmaet, zoals we zagen onderin glas 11 en zie hier Nicolaes Ruijs in glas 60, hebben daarin stevig bemiddeld. Deze glazen zijn gemaakt, zoals onderin te lezen, tussen 1556 en 1559 en wel voor hun nieuwe onderkomen aan de Raam. Ik was toen al ontslapen in Bazel in 1536. Maar in drie van de zeven glazen rechts, ziet ge onderin precies zoals mijn dracht was als Augustijner monnik : zwart wit en het hoofdhaar in tonsuur geschoren.

van der Vormkapel    :     Panorama by Harry Anders | E3-Media.nl

Toen ik zo uitgedost in Venetië of  was het Bologna, rondwandelde, werd ik door de ordehandhavers gemolesteerd. Ze dachten dat ik melaats was. Ik was geheel ontwetend, dat melaatsen daar verplicht waren zich in het zwart/wit te hullen. Ze mochten zich natuurlijk niet onder het volk begeven. Vanaf dat moment ben ik mij ras als priester verkleed. Dat schijnt echter ‘te zijn doorgebriefd’ aan mijn ooit zo beminde Servaes, ge weet wel, mijn latere prior, Servatius van Emmaus in Stein. Hij, ooit mijn boezemvriend, vermaande me dringend terug te keren naar het klooster, anders zou Rome op de hoogte worden gesteld. Ik raakte in paniek door het vooruitzicht mijn verdere leven weer in de benauwde kloostercellen tussen de zompige polders door te moeten doorbrengen. Wat een voorzienigheid dat ik net terug uit Rome, de nuntius van de paus imocht ontmoeten in Londen. Hij was bereid om persoonlijk mijn brief met het verzoekschrift tot dispensatie aan de paus te overhandigen. Daarin verzocht ik tevens de verschoning van mijn status als defectus natalis en het afleggen van de Augustijner kloostergelofte met  bijbehorende monnikspij. Ik schreef natuurlijk onder een andere naam en in geheimschrift en in een tweede brief gaf ik pas mijn naam en ook de code prijs van het geheimschrift van de eerste brief. Na drie spannende maanden werd mij tenslotte eindelijk dispensatie verleend, ook wat betreft de incestus kwestie, waar ik liever over zwijg maar je begrijpt nu misschien waarom ik mijn afkomst uit Gouda eeuwen heb verzwegen en verdoezelt.

En waarempel, ik kreeg een eredoctoraat theologie in Turijn aangeboden en de kerkelijke wereld met haar beneficien lag nu ineens voor mij open. Echter ik ben echter nooit voor de verleiding bezweken om bisschop of kardinaal te worden. Mijn hoogste prioriteit en droom was te werken aan het Nieuwe Testament, dat broodnodig in beter Latijn vertaald moest worden vanuit de Griekse grondtekst. De Vulgaat rammelde toch aan alle kanten ?