| Waarde Reinier, |
|
Waarde Renier, Tijdens mijn laatste reis , ik bedoel die van mijn buste, in 1974, van Paramaribo naar Amsterdam, vond ik het zonde om alle tijd aan boord te verspillen met onbenullige kletspraatjes. In plaats daarvan wilde ik mij ongestoord bezinnen op mijn toekomstige rehabilitatie in Gouda. Na een eeuwenlange zwerftocht over de wereld verlangde ik terug naar mijn bakermat. Ik dacht de laatste tijd veel aan u, Renier, als een van mijn dierbaarste vrienden die ik hier had achtergelaten. Ik mag gestorven zijn, als ik onwaarheid spreek. Maar ik voel me juist herboren, als het ware uit het ei gekropen sinds EGG, het “Erasmus Genootschap Gouda” me weer tot leven heeft gewekt.
Er zijn wel enige redenen aan te voeren. In de eerste plaats is het nu zo'n 500 jaar geleden, dat mijn boekje ''de Lof der Zotheid” de wereld op z'n kop zette. Dat ik het ei heb mogen leggen voor de hervorming is buiten kijf, al heb ik nooit voorzien dat er zulke vreselijke godsdienstoorlogen uit zouden voortkomen. Ach, de tragiek van mijn leven! Maar kom, laten we ons nu niet in een filosofisch of theologisch gepeins onderdompelen, maar feestvieren !
Beste Renier, ik vermoed dat een historieschrijver als gij, dit speelse geesteskind van mij zult waarderen omdat ge nu eenmaal dol zijt op zulk soort humor. Daarom zult ge dit pronkredevoerinkje als een aandenken van uw makker waarderen. Er zullen critici met modder gaan gooien en beweren dat dit niemendalletje te lichtzinnig is en ongepast voor een theoloog. Terecht. Anderen zullen zeggen dat het te grof is en strijdig met de ingetogenheid van een christen. Geef ze geen ongelijk. Maar als mensen echt bezwaar hebben tegen dit luchtige onderwerp en speelse karakter, herinner hen eraan, dat ik hier niet origineel in ben. In het verleden hebben grote schrijvers vaak zoiets gedaan. Eeuwen geleden heeft Willem toch met zijn ‘Van Den Vos Reynaerde’ dit spelletje al gespeeld ? Zo ook heeft Homerus toch bij wijze van grapje de “Muizenkikkerstrijd” geschreven. Vergilius schiep “de Mug” en “de Stamppot” en Ovidius “de Notenboom”. Ik hoef u niet te herinneren aan Polycrates, Isocrates, Glauco, Favorinus, Synesius, Lucianus, Seneca, Plutarchus, Lucianus en Apuleius en zelfs Hieronymus ? Zodoende verzoek ik mijn criticasters om het maar op te vatten alsof ik hiermee een spelletje schaak ter ontspanning heb gespeeld of desnoods aan het hoepelen ben geweest. Is het niet erg onrechtvaardig om elke beroepsgroep zijn eigen amusement te gunnen, maar schrijvers elke vorm van vermaak te verbieden ? En vooral als de grapjes ‘serieuze consequenties’ hebben. Niets is namelijk zo onzinnig als serieuze dingen behandelen alsof het onzin is en niets is daarentegen zo aardig als onzin zo te behandelen dat jezelf het tegendeel van onzinnig blijkt te zijn... Ach, waartoe nog langer uitgeweid tegen een zo voortreffelijk historicus als gij ? Aan u dus, Reinier, om mijn Ezelstocht door Tergouw met uw eigen welsprekendheid aan te vullen of te corrigeren als de geschiedenis niet strookt met de waarheid. Want ik citeer de Lof der Zotheid : het is erg om bedrogen te worden, maar nog erger om niet bedrogen te worden...(-:
|




