1484 Terug naar Golda

 

Waarde Renier,gevelsteen_weeshuis_spieringstraat_gouda

De zwartste bladzijde in mijn leven is het jaar dat onze moeder Margaretha door de pest geveld werd. Wij moesten terug naar Golda en kort daarop  stierf vader Geraert ook aan de zwarte dood. Als  vijftien- en achtienjarige weesjongens werden we toegewezen aan drie Goudse voogden.
Een van hen was natuurlijk oom Pieter Winckel, die het inmiddels tot onderpastoor van de Sint Jan had geschopt. Zij stuurden ons naar de Latijnse school van de “Broeders des Gemene Levens” in ’s-Hertogenbosch om onze studie te voltooien. Ik heb zodoende wel de mooiste kerken in Holland kunnen bezoeken, maar ik was teleurgesteld door de voorstellingen op de glazen, allemaal heiligenlevens en sacramenten !
Ook in Den Bosch brak de pest uit en wij studentjes, feitelijk klaar voor de universiteit in Leuven, moesten terugkeren naar Golda in 1487. Ik was erg getergd omdat het geld van de erfenis opgemaakt bleek te zijn. Ik begrijp nog steeds niet hoe of door wie dat kwam al heb ik wel een vaag vermoeden. Dat het voormalige Margarethaklooster en latere weeshuis tegenwoordig de Openbare Bibliotheek herbergt, vormt voor mij als wees een schrale troost. De toekomst van dit prachtige pand is ook al niet zeker meer. Laten we bidden dat de overheid wijsheid wordt geschonken. Wij bestijgen snel onze ezels om naar de Spieringstraat te rijden, want voor mij als bibliofiel is dit de meest aangename plek. We zullen ons niet laten verleiden om te snuffelen naar Erasmiaanse boeken, daarvoor moet ge in het streekarchief zijn.

Betreedt ge de studiezalen van het Streekarchief, hier vlak achter, aan de Groeneweg, dan komt ge in een waar eldorado, mijn vriend. Was daar niet het Catharinaconvent en het Cellebroedersklooster in onze dagen ?  En werd na de hervorming in het hoofdgebouw hier niet de Latijnse school gevestigd ? Ik zou nog graag de Jeruzalemkapel willen bezien vanwege het graf van mijn collega, de Goudse priester, Gijsbrecht Raet. Hij was zelfs ridder van het heilig graf te Jeruzalem en een goede kennis van mijn vader Geraert Helye. Ik weet nog dat Gijsbert die kapel in 1505 schonk aan de Collatiebroeders, die volgens een reeds in 1497 afgelegde belofte, bepaalde verplichtingen ten opzichte van de kapel zouden nakomen. Zal de gemeente Gouda de verplichtingen overnemen ?
Een gedeelte van de grafsteen van Raet, is pas uit Museumgouda gehaald en wie weet komen de fraai gegraveerde bronzen grafplaten, nog in het bezit van het Rijksmuseum, ook terug in de kapel ...en wordt het complex genoemd : ‘Erasmus Domicilie’ ! Geestig in dit verband is dat bij de voorbereiding voor de plaatsing van de sokkel van mijn buste een steen ter grootte van een grafsteen werd neergelegd. Het leek wel of ik verrees uit het graf ! Laten we wandelen naar het Vroesenpark om het hoogtepunt van onze tocht te bereiken.

Ziet ge mijn buste daar staan voor de ‘boeg van het Sint Jans-schip’ ? Belichaam ik niet, zonder enige bescheidenheid, het boegbeeld voor vrede, verdraagzaamheid en verlichting ? De V- vorm van de sokkel symboliseren twee rechtopstaande boeken : de “Lof der Zotheid” en mijn “Magnum Opus”, het Nieuwe Testament in proper Latijn, naast de Griekse grondtekst. Zelf zou ik een sokkel verkiezen in de vorm van een stapel boeken als een wenteltrap, maar aangezien ik honderd boeken geschreven heb, zou dat als een toren van Babel zijn geworden. Als Gouwenaar sta ik daar dan in het Groene Hart van het Culturele Kwartier. Met ‘staan’ bedoel ik ook letterlijk en figuurlijk staan voor het koor van de Sint-Janskerk met de inmiddels beroemde Goudse Glazen. De huidige koster dezer kerk ontdekte dat de iconografie dezer kunstschat is bepaald door mijn boekje “Convivium Religiosum” uit de Colloquia, tegenwoordig wat vrij vertaald met een “Goddelijk Festijn”. Herman Lethmaet heeft zich hier voor ingespannen. Ik zal straks in de kerk over deze collega - professor en vriend uitweiden. Aan mijn linkerhand, ik bedoel van de buste,  bevindt zich de zogenaamde “Van de Vormkapel”, speciaal gebouwd in 1934 om de zeven “Passie Glazen” te exposeren, ooit afkomstig uit het klooster der Regulieren aan de Raam, tegenwoordig de Regulierenhof. Deze monniken leefden naar  de regels van Augustinus en waren na de brand in 1549 uit het klooster Emmaus vertrokken. Daar heb ik samen met deze broeders in het Steinse klooster maar liefst 5 jaar gewoond, van 1488 tot 1493. Het is u misschien nooit opgevallen, maar hier links achter mij op de buitenmuur van het koor van de Sint-Janskerk onder glas vijftien staat een inscriptie :  “Hedt coer gefoundert anno 1485”.
Ook op een pilaar in de kooromgang staat in Romeinse cijfers : “int Jaer ons heer M.CCCC.LXXXV”. Dat is dus drie jaar voordat ik als novice in het klooster Emmaus aantrad. Met andere woorden, als jongeling heb ik de uitbreiding van de derde Sint Jan met eigen ogen aanschouwd tot de omvang van het tegenwoordige Godshuis. Die derde kerk is afgebrand in 1552, waarna de huidige werd gebouwd, en wel op hetzelfde oppervlak.

Ook aan mijn linkerzijde, kijk ik naar het Joodse Poortje met de Hebreeuwse letters. Dat doet me zeer goed, want aan de faculteit theologie te Leuven heb ik het “Drietalen College” opgericht om het Oude en Nieuwe Testament grondig te laten bestuderen in de grondtalen. En dan beschuldigt men mij vandaag van antisemitisme ! Niets nieuws, want, ach, mijn collegae professoren en studenten in Leuven vonden de Vulgaat toen goed genoeg en spanden samen tegen mij en verzuurden daarom mijn leven, zodat ik besloot naar Bazel te verhuizen om eindelijk in alle rust mijn “Magnum Opus” te voltooien. Ik zie het nu als de Voorzienigheid.

gheraert_leeu

Lees meer...

Recht voor mij staat het standbeeldje van Gouda’s eerste drukker, Geraert Leeu. Ooit heb ik hem van ons klooster naar zijn scheepje in de IJssel geleid voor zijn terugreis naar Antwerpen. Een drukkerij is voor mij nog steeds als een herberg voor dranklustigen. Het liefst had ik mijn bed tussen de persen staan. Enfin, achter Geraerts beeld, aanschouw ik de inmiddels schitterende gerestaureerde onderwijzerswoning. Als pedagoog geloof ik nog steeds dat goed onderwijs en opvoeding mensen kunnen verbeteren. Ik zal hier als op mijn stokpaardje, toezicht houden in het parkje of mijn verplaatste beeld wel bestendig is tegen hedendaagse barbaren.

Rechts bewonder ik de unieke Jeruzalem-kapel, waarvan de oorspronkelijke eigenaar Gijsbert Raet, ook vicaris-generaal van de algemene kerk in Golda was. Op het moment dat hij stierf en daar begraven werd in 1510, was ik al 40 jaar. Ah, ik heb gehoord dat deze kapel de toegang wordt tot het streekarchief en ik citeer mijzelf : ‘waar mijn boeken zijn, daar ben ik’. Enige van mijn handgeschreven brieven aan Herman Lethmaet worden daar bewaard.

Aan mijn rechter hand is nog het statige Willem Vroesenhuis verrezen.  Toen ik in Emmaus in Stein arriveerde, was Willempje nog een knaapje van 10 jaar. Oh, wacht, helemaal ter rechterzijde is het atelier van Menno Meijer, de edelsmid, die de stalen sokkel voor mijn buste ontwierp. Zijn pand is ook eeuwenoud, want het houtskelet met de gotische sleutelstukken is nog bijna geheel in tact. Eerlijk gezegd, ben ik vergeten wie er als eerste  woonde. Ge hebt dat zeker ergens vastgelegd in uw geschriften. Het is overigens weinig lieden opgevallen dat mijn boekje “Convivium Religiosum” aantoont dat ik naast filosofie, theologie, filologie en pedagogie, ook affiniteit heb met de kunsten. Daarom heeft EGG de oud directeur van het MuseumgoudA als eerbetoon de Erasmuts gegeven. Op zijn beurt  gaf hij de muts door aan de rector van het Coornhert Gymnasium en wie zal de volgende drager worden op de  jaarlijkse Erasmusnacht ? Een vrouw wellicht ? Geestig dat staatssecretaris mw. Albayarak, van Turkse afkomst hier mijn buste heeft onthuld. Heeft ze mijn boekje de ''Turkenkrijg" al gelezen ?

Beste Reinier, gij verstaat dat de plaatsing van de buste hier, ook een aanzet is voor het te bouwen Cultuur Huis. Beter gezegd : de Jeruzalem kapel en de Onderwijzerswoning moeten worden ingericht als Erasmus Domicilie, tevens toegang tot streekarchief en wat dies meer zij. Als pacifist zou ik dan graag vanaf mijn sokkel wandelen over een vredespad met blauwe tegels naar de Jeruzalem-straat en -kapel. Het Vredespaleis in ’s-Gravenhage en de Vredeskerk in Gouda kent ook zo’n vredespad en ik behoef u toch niet uit te leggen dat de naam Jeru-salem, gelegen op de navel der aarde, komt van het Hebreeuws ‘Jeru shaloom’ of in het Arabisch ‘salaam’, wat ‘stad van vrede’ betekent. Op die blauwe steentjes zouden schenkers hun naam gegraveerd moeten kunnen krijgen, of denkt u dat de namen der laatste Nobelprijswinnaars voor de vrede een beter zou idee zijn ?

Vooruit, laten we nu via de van Beverinhgekapel, de Sint-Janskerk betreden, een monument, waar de Goudse Glazen overlopen van mijn geestrijk  gedachtengoed.

 

erasmusbrug%202

 

Volgende pagina >